Omgang

Kinderen | Omgang

Op grond van de wet heeft iedere ouder recht op omgang met zijn of haar kind. U heeft ook recht op omgang met uw kind wanneer u uw kind niet heeft erkend, maar u wel biologisch de ouder bent. Dat laatste geldt niet voor donoren, donoren hebben namelijk alleen recht op omgang wanneer er tussen de donor en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.

 

De rechter mag slechts in uitzonderingssituaties de omgang ontzeggen. Dat doet een rechter wanneer:

  • De omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling van het kind;
  • De ouder kennelijk ongeschikt is of niet in staat moet worden geacht tot omgang;
  • Het kind dat twaalf jaar of ouder is ernstige bezwaren heeft geuit tegen de omgang;
  • Omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

 

Hoe moet de omgangsregeling eruit zien?

Wanneer de ouders niet in onderling overleg tot een omgangsregeling kunnen komen, dan kan de rechter hierover een beslissing nemen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer de ouders erg veel ruzie hebben, doet de rechter dit nadat hij hierover advies van de Raad voor de Kinderbescherming heeft ingewonnen.

 

Bij het vaststellen van de omgangsregeling wordt gekeken naar het belang van uw kind. Wanneer ouders bijvoorbeeld uit elkaar gaan, dan probeert de rechter aansluiting te zoeken op de situatie van voor de scheiding. Was bijvoorbeeld de moeder veel thuis en de vader veel van huis, dan zal de omgangsregeling minder uitgebreid zijn dan wanneer beide ouders ongeveer evenveel voor de kinderen zorgden. De rechter kijkt verder naar een rustige en voorspelbare omgangsregeling. Vaak is een goede omgangsregeling een regeling waarbij het kind op doordeweekse dagen op vaste momenten bij een bepaalde ouder is en de weekenden worden afgewisseld.

 

Wanneer een ouder nooit eerder omgang heeft gehad met het kind, dan zal de omgangsregeling in bijna alle gevallen worden opgebouwd. Het hangt van de gezinssituatie van het kind af hoe vaak de uiteindelijke omgang zal plaatsvinden. Soms is dat heel uitgebreid, maar in sommige gevallen ook heel beperkt.

 

Mag een kind ouder dan 12 jaar zelf beslissen?

In het algemeen wordt gedacht dat een kind ouder dan twaalf zelf mag beslissen hoe de omgangsregeling eruit komt te zien. Dat is niet helemaal waar. Een kind van twaalf wordt door de rechter gehoord als de ouders er niet uitkomen. Er wordt wel geluisterd naar het kind, maar in principe is het zo dat alleen bij ernstige bezwaren van het kind de omgangsregeling door de rechter kan worden geweigerd of kan worden stopgezet.

 

Kan ik de omgangsregeling stopzetten?

In principe kunt u niet eenzijdig de omgangsregeling stopzetten. Het is aan de rechter om de andere ouder de omgang te ontzeggen en dat doet de rechter op grond van de hierboven genoemde gronden. Wanneer u de omgangsregeling wilt stopzetten en de andere ouder het hier niet mee eens is, dan moet de rechter hier dus over beslissen.

 

Als één van de ouders de omgangsregeling niet nakomt, dan kunt u via de rechter nakoming afdwingen. Dat kan via een kort geding. U kunt de rechter dan vragen een dwangsom op te leggen. De ouder die de omgangsregeling dan niet nakomt, moet u dan een geldbedrag betalen. Wanneer beide ouders het gezag hebben en één van de ouders de omgangsregeling niet nakomt, dan is dat strafbaar. U kunt dan aangifte doen vanwege het onttrekken aan het ouderlijk gezag.